invloed van de reistijdverhouding t.o.v. de auto

openbaar vervoer heeft nu een klein aandeel in de mobiliteit
Het openbaar vervoer vertegenwoordigt nu maar maar een beperkt deel van de mobiliteit in Nederland. 
Ongeveer 12 % van de gereisde kilometers afgelegd met het openbaar vervoer. Een ongeveer gelijk deel wordt afgelegd met de fiets (en te voet). Verreweg het grootste deel, ca.75 % wordt met de auto afgelegd. Hiervan wordt globaal 2/3 afgelegd als autobestuurder en 1/3 als passagier.
 
concurrerende reistijd kan zorgen voor een groot openbaar vervoer aandeel
De snelwegbus is een reŽel alternatief voor de auto. Een belangrijk uitgangspunt voor de snelwegbus is het realiseren van een concurrerende reistijd met de auto. Als de reistijd met het openbaar vervoer concurreert met de reistijd van de auto, dan nemen veel meer mensen het openbaar vervoer.
De verhouding van reistijd met het OV ten opzichte van de reistijd met de auto heeft veel invloed op de vervoerswijzekeuze.
Als reistijd met het openbaar vervoer 2 keer of meer de reistijd met de auto is, reizen alleen de mensen die geen auto hebben met het openbaar vervoer, ca. 15 % van de reizigers zijn dan openbaar vervoergebruikers, 85 % gaat met de auto.  Als de reistijd met het openbaar vervoer ongeveer 1,5 keer de reistijd met de auto is neemt al zo'n 30-35 % van de mensen het OV.
Als de reistijd met het openbaar vervoer nog ca 20% langer is dan met de auto, is het aandeel OV 45 %. en iets meer dan de helft reist nog met de auto.
Een concurrerende reistijd kan dus veel invloed hebben op de keuze openbaar vervoer of auto.
 
 
er zijn nu maar weinig verplaatsingen waarbij het openbaar vervoer op reistijd concurreert
Het openbaar vervoer  is nu maar voor een beperkt aantal verplaatsingen concurrerend.
Voor centrum-centrum verplaatsingen is de reistijd van de trein vaak goed concurrerend met de auto. Voor verplaatsingen van of naar gebieden, die niet in het centrum zijn gelegen is de reistijd veelal niet concurrerend. Voor deze verplaatsingen moet vaak eerst met relatief traag en weinig frequent naar het station gereisd worden. De reistijd van de hoofverplaatsing is vaak minder dan één derde van de totale reistijd, de rest is voor- en natransporttijd en wachttijd.
Een groot deel van de steden is nu gelegen binnen het directe invloedsgebied van autosnelwegen: In de Randstad ligt 60% van de bedrijvigheid binnen 1800 van een snelwegaansluiting. Voor 40% van het woonoppervlakte is dit het geval.
 
 
de snelwegbus biedt rechtstreekse OV-verbindingen en concurrerende reistijden
De snelwegbus bedient de gebieden van het stedelijk gebied in de nabijheid van de snelwegaansluitingen op rechtstreekse wijze. Voor het traject op de snelweg is de snelheid van de auto 100 km/u en van de snelwegbus 75 km/u (KA) - 90 km/u (IC). De reistijdverhouding voor het traject op de snelweg is dan 1, 3 Š 1,1. Op het voor- en natransport op de stedelijke wegen tot aan de stations (maximaal ca. 2km), is de fiets uitgangspunt. Er is dan t.o.v. de auto sprake van een wat grotere reistijd. Doordat dit traject echter niet zo lang is, is weegt het minder zwaar door op de totale reistijdverhouding. Voor de middellange afstanden, is de verplaatsingstijdfactor bij grotere astanden (>60 km) ca 1,3 en resulteert een OV-aandeel van 45%, voor middellange afstanden (20-60 km) is de verplaatsingstijdfactor ca 1,4-1,5 en resulteert een OV aandeel van ca. 35%.
Voor de vervoerswijzekeuze van de mensen die binnen het invloedsgebied van snelwegen wonen of werken heeft de snelwegbus veel betekenis. Het aandeel van de auto neemt dan voor de grotere verplaatsingen af van 80% (nu) naar 55% als het netwerk van de snelwegbus is gerealiseerd. Voor de middellange verplaatsingen neemt het aandeel van de auto af van 90% naar 65%.  Het autogebruik, is daardoor, als het snelwegbus als alternatief beschikbaar is, ongeveer 30% lager.
 
 
Tijdens de spits zijn er vertragingen voor de auto. De vertragingen voor de snelwegbus zijn beperkter ten gevolge van doorstromingsmaatregelen. De verplaatsingstijdfactor wordt hierdoor lager, en het aandeel van openbaar vervoer neemt verder toe. 
Bij de concurrende reistijd wordt de invloed van de concurrerende prijs groter.
 
bij beperkte voor- en natransport-
afstanden zijn lopen en fietsen voor de hand liggend.
figuur: vervoerwijzekeuze bij verplaatsingen tot 10 km.