stations-typen

De stations voor de snelwegbus, zijn gesitueerd direct langs de snelweg. Er zijn stations gepland bij afritten naar het onderliggende wegennet, kruisingen met spoorlijnen en belangrijke regionale openbaar vervoerverbindingen (lightrail, metro,tram).
Bij de stations zijn faciliteiten voor voor- en transport: fietsenstallingen, met ook OV-fiets, park-and-ride (transferia), kiss-and-ride , bedrijfs-vervoer en taxi's. Bij de stations kan worden overgestapt op ander openbaar vervoer. Hierdoor zijn er ook snelle verbindingen met de centra van stedelijke regio's. Verder zijn er kiosken e.d. op de stations.
Voor een beschrijving en toelichting hiervan verwijzen we naar stationsvoorzieningen .
Er zijn halten voorzien bij aansluitingen van het onderliggend wegennet en bij kruisingen van zwaardere openbaar vervoerverbinding, van NS en regionaal HOV. Er is sprake van de volgende typen aansluitingen:
- Haarlemmermeer: gestrekte afrit, gestrekte toerit (toerit in het verlengde van de afrit)
- Halfklaverblad gebogen afrit , gestrekte toerit
- Halfklaverblad gesterkte afrit, gebogen toerit
- T-aansluiting, als Haarlemmermeer, met indirecte aansluiting op secundaire weg
 
De typen zonder aansluiting van onderliggend wegennet:
- (alleen) kruisend verkeersviaduct. (Geen verkeersaansluiting onderliggend wegennet )
- Kruisende trein, metro of HOV verbinding.
 
 
 
 
 
Optimale haltering haarlemmermeer
Voor een ideale haltering bij de Haarlemmermeer, indien de snelweg de secundaire weg bovenlangs kruist, krijgt de snelwegbus een eigen viaduct. Indien de secundaire weg bovenlangs kruist, is er dan sprake van een extra (onder) doorgang voor de busbaan van de snelwegbus. De halte is dan nabij de kruising met de secundaire weg, het hoogteverschil wordt met trap en/of lift overwonnen.
De snelwegbus maakt gebruik van dezelfde afrit als het verkeer richting secundaire weg. De bus voegt van de rijbaan uit en krijgt een busbaan met het station. Na het station is er weer een busbaan die de verbinding maakt naar de toerit, waarop wordt ingevoegd. Samen met het verkeer vanaf de secundaire weg wordt ingevoegd op de snelweg. De kruising met spoorweg of HOV is hier een vereenvoudigde versie van, er hoeft geen rekening gehouden te worden met het in- en uitvoegende autoverkeer.
 
   
       
   
Optimale haltering halfklaverblad
Ook bij de halfklaverblad en de T-oplossing is de halte idealiter gelegen tussen de afrit en de oprit. E is echter te weinig ruimte tussen de afrit en de oprit om te kunnen afremmen en versnellen. Dit betekent dat de afrit meer stroomopwaarts moet worden "verlegd” en/of de oprit stroomafwaarts. Het station is bij deze aansluiting niet toegankelijk vanaf de omgeving. Hiervoor moet een reizigerspassage onder/over de toerit (of afrit) worden gemaakt.
Een reizigerstunnel betekent minder hoogteverschil overwinnen, maar lastiger om sociaalveilig vorm te geven. Bij voorkeur is er doorzicht, dat betekent dat de tunnel niet teveel mag zakken ten opzichte van maaiveld. Dit betekent weer dat de toerit wat omhoog moet.
 

Alternatief is een kruising bovenlangs met een voetgangersbrug. Het hoogte verschil is dan echter groter vanwege de benodigde doorrijdhoogte 4.80 m voor het verkeer.