snelwegbus 1.0



De snelwegbus maakt gebruik van bestaande technieken (Tempo 100). 
Bij de start van de snelwegbus wordt gebruik gemaakt worden van materieel dat nu op de markt is: gebruikelijke typen voor regio (streek)bussen, intercity-bussen of touringcars. 

Touringcars sluiten het beste aan bij de uitgangspunten m.b.t. comfort. Er wordt uitgegaan van een onderlinge stoelafstand  (zgn.steek) van minimaal 85 cm.  Verder wordt veel aandacht besteed aan vormgeving, gebruiksgemak (o.a. actuele reisinformatie en internetaansluiting ), comfort en uitstraling van de bussen.
 
Uitgangspunt voor de snelwegbus is een gelijkvloerse in- en uitstap. Dat is comfortabel en toegankelijk en zorgt voor snel in- en uitstappen en korte haltetijden.
De touringcars voldoen daar niet aan. Gebruikelijke typen voor regio (streek)bussen of intercity-bussen kunnen daar wel aan voldoen maar zijn minder comfortabel. 
Uitgangspunt voor de aandrijving van de snelwegbussen is ook de beste milieu-classificatie: EEV.
Maar mogelijk gaan de ontwikkelingen snel en zijn al elementen van snelwegbus 2.0 toepasbaar.

De voertuigkeuze voor nieuwe snelwegbussen, is daarmee nog niet definitief.